Weerribben - Ossenzijl

Korte beschrijving

Om deze wandeling te plaatsen heb ik toch even flink moeten denken. Er zijn vele twijfels om u als wandelaar op pad te sturen over deze wegen. Het is allemaal verharde weg. Groot deel gaat over fietspaden. Ook hinder van autoverkeer. Wandelen in het weekend wordt ons door lokale bekenden afgeraden vanwege de vele fietsers. Een deel van het laarzenpad is afgesloten in het broedseizoen. De eendenkooi is alleen in het weekend toegankelijk. Niet doen, dus.

Maar toch hebben wij een prachtige wandeling gemaakt! Geweldig! Volop rust en stilte. Geen toeristen, geen fietsers, geen kano’s of motorboten. Stilte. Natuur. Rust. Op een door de weekse dag in het voorjaar.

Ga gerust door de week of in het weekend, maar huur dan een kano of fluisterboot en volg de uitgezette waterroutes. Dat moet nog mooier zijn. Nog meer dan voor fietsers is dit gebied uitgezet en ingericht op waterrecreatie!

We starten in Ossenzijl en pauseren in Kalenberg, halverwege. Het eerste deel is een goed verzorgd laarzenpad bij het Bezoekerscentrum met een tjasker en prachtige natuur. Daarna over de verharde weg naar een gehucht aan de Hoogeweg en dan over het verharde fietspad naar Kalenberg. Even ruste op een terras aan het water en dan langs het rechte kanaal met de mooie huizen terug. Niet spectaculair, maar in alle rust buiten de toeristische drukte is het genieten. Ons advies: toch maar gaan, zij het op een gepaste tijd.


Kenmerken

Startpunt: Ossenzijl: P Nationaal Park Weerribben
Startlocatie: Overijssel, Nederland
Coördinaten N52.807000 E5.926000
Afstanden: 13, 12 km
Type: Cultuur, Open, Polder, Vergezicht, Water
Begaanbaar: Goede wandelschoenen aantrekken
Rolstoel: Niet toegankelijk
Honden: Aangelijnd
Horeca: Halverwege
Gelopen op: 30-04-2018

Route informatie

Een GPS wandeling van 12 km bij Ossenzijl.
De wandeling is te verlengen naar 13 km.
De paden op deze wandeling zijn goed begaanbaar. Laarzenpad kan plaatselijk nat zijn. Goede wandelschoenen zijn aan te bevelen.
Halverwege komt u een horecagelegenheid tegen.
Van deze wandeling is zowel een Track als een WPT-Route beschikbaar.



Acties

Navigeer naar startlocatie Download (ZIP) Download (GPX) Bekijk kaart/tracks Bekijk de fotoserie Print wandeling tekst

Startlocatie


Reacties



Wij zijn benieuwd naar uw reactie. Wel hebben we een aantal spelregels waar we u even op willen attenderen

  • Alle velden moeten verplicht worden ingevuld.
  • Uw reactie wordt pas na goedkeuring zichtbaar in de lijst ervaringen.
  • Uw e-mail adres niet wordt getoond op de site.
  • De webmaster behoudt zich het recht uw tekst aan te passen.
  • Het is niet toegestaan email-adressen, enige weblinks of schuttingtaal in de tekst op te nemen. Bij veelvuldig misbruik kan u de mogelijkheid van opslaan worden ontzegd.
  • Als u ons een link wilt doorsturen dan a.u.b. per email.
  • English texts will not be accepted. All input needs to be approved by the webmaster on forehand before be visible on this website. So save yourself the trouble.


Langere beschrijving


GPSwalking.nlStart/finish/parkeerplaats N52 48.435 E5 55.575
We starten op de parkeerplaats van het Bezoekerscentrum van Nationaal Park de Weerribben. Een ruime parkeerplaats ten oosten van Ossenzijl.

We gaan over het bospad richting oost tot voorbij de ingang van de Camping. Een goed verzorgd laarzenpad brengt ons langs de tjasker en door mooie natuur.

Het verhaal over dit gebied gaat over de tijd van na de IJstijden dat er veen is ontstaan. In de Middeleeuwen en daarna wordt het veen gebaggerd en gedroogd als brandstof voor de mensen in de steden.

Als derde zien we dat de winning van dekriet een huidige bron van inkomsten is. Daarnaast, omdat het gebied een natuurlijke schoonheid kent, is toerisme ontstaan en dat brengt mensen ertoe om hier te gaan wonen.

Tot slot zien we dat het waterrijke Nationaal Park vooral toegankelijk is per boot en kano.

GPSwalking.nlOssenzijl N52 48.509 E5 55.167
Het dorpje Ossenzijl ligt aan het kanaal van Steenwijk naar Ossenzijl in Overijssel. Het is een dorp in de gemeente Steenwijkerland. Het heeft ongeveer 500 inwoners. Waarschijnlijk dankt het dorp zijn naam aan de familie Osse, die een sluis beheerde (Zijl). Die sluis kende getijden vanwege de aansluiting op de Zuiderzee. Sinds de jaren ’30 van vorige eeuw is deze sluis niet meer in gebruik.

Ossenzijl ligt aan de Kalenbergergracht, die de Weerribben en Kalenberg via de Linde met de Friese meren verbindt. Tegenwoordig wordt dit water vooral gebruikt door plezierjachten.

Vooral in de zomer trekt Ossenzijl veel toeristen die een dagje naar Nationaal Park Weerribben-Wieden gaan. Ossenzijl ligt in het natuurgebied De Weerribben. Dit gebied is al eens uitgekozen tot mooiste plek van Nederland.

GPSwalking.nlNationaal Park Weerribben-Wieden N52 48.437 E5 55.638
Nationaal Park Weerribben-Wieden is een nationaal park in Overijssel, gemeente Steenwijkerland. Het nationaal park is het grootste aaneengesloten laagveenmoeras van Noordwest-Europa. Het park is in 1992 gesticht. Toen heette het Nationaal park De Weerribben en omvatte het alleen De Weerribben – een gebied van 3.500 ha, dat in beheer was bij Staatsbosbeheer.

Het werd in 1996 begiftigd met Europees diploma voor Natuurbeheer dat sinds 2015 voor het hele gebied geldt. In 2009 werd het park uitgebreid met De Wieden, een ander Natura 2000-gebied, dat grotendeels in beheer is bij Natuurmonumenten. Het herstel van de ecologische verbinding tussen

De Wieden en De Weerribben werd ter hand genomen, en het nationaal park kreeg een oppervlakte van 10.000 ha (100 km²).

GPSwalking.nlKanaal Steenwijk-Ossenzijl N52 48.508 E5 55.838
Lengte 12,82 km van Dolderkanaal, Steenwijk naar Ossenzijlersloot en Kalenbergergracht. Het kanaal Steenwijk-Ossenzijl is een waterweg in Overijssel.

Het kanaal Steenwijk-Ossenzijl is een schakel in de vaarverbinding tussen de waterwegen rond Steenwijk en de Friese waterwegen. Vanaf Steenwijk loopt het kanaal in westelijke richting langs de Weerribben naar Ossenzijl.

In deze plaats komt het kanaal samen met de Kalenbergergracht, die verbonden is met het Giethoornsche Meer en de Ossenzijlersloot, die uitmondt in de Linde en via deze vaarweg verbonden is met de Friese wateren.

GPSwalking.nlLandschap De Weerribben N52 48.486 E5 56.070
Het landschap van De Weerribben en De Wieden is vooral ontstaan door vervening en rietteelt. Deze ontginnings- en exploitatiemethoden hebben geleid tot een mozaïek van landschapstypen en ecosystemen zoals meren, sloten, vaarten, rietlanden, hooilanden, weilanden, moerasbossen en trilvenen.

De verschillende stadia van verlanding, van open water tot opgaand moerasbos, geven het gebied een grote ecologische diversiteit, waar zeldzame soorten planten en dieren zich thuis voelen.

In het Nationaal Park Weerribben-Wieden werden in 2002 otters uitgezet. Die kwamen in het gebied van nature voor, maar stierven in de jaren tachtig van de twintigste eeuw uit. Ze hebben zich sinds de herintroductie in 2002 weer in het gebied gevestigd, en van daaruit verspreid over andere delen van Nederland. In het nationaal park komt een zeldzame vlindersoort voor: de grote vuurvlinder. Het gebied is van belang voor tal van andere soorten dieren en planten.

GPSwalking.nlTjasker N52 48.516 E5 56.234
De tjasker is een van de kleinste windmolens in Nederland en is ontwikkeld in Friesland. De tjasker voert met een schroef of vijzel genoemd het water uit een lager niveau naar een hoger niveau. Hier niet om de akker drrog te malen, mar juist om er water in te pompen. Het riet miet nat blijven. We zien dat uitgevoerd worden met deze tjasker, met kleine windmolentjes of met een pomp gekoppeld aan een tractor.

Er zijn twee typen tjaskers: de paaltjasker en de boktjasker. Bij de paaltjasker wordt de molenas ondersteund door een paal en bij een boktjasker ligt de voorkant van de molen op een houten bok.

De paaltjasker maalt het binnenwater via de buitenringsloot en de binnenringsloot naar het binnenwater of andersom. De boktjasker maalt het water uit het binnenwater via de vijzelkom naar de buitenringsloot, die op het buitenwater uitkomt. Alleen de boktjasker heeft een kruibaan voor het kruien van het wiekenkruis op de wind. De paaltjasker wordt met behulp van een ketting op de wind getrokken.

GPSwalking.nlEen tjasker heeft geen kamwielen in tegenstelling tot 'normale' molens. Op de as waar de wieken doorheen steken, zit achteraan een tonmolen. Dit is een klein soort vijzel met een betimmering eromheen.

Door molenkenners wordt gesteld dat de enige overeenkomst tussen de tjasker en alle andere windmolentypen het bezit van een wiekenkruis is. Het wiekenkruis kan oudhollands of dwarsgetuigd zijn.

In de jaren zestig heeft de bekende tjaskerbouwer Roelof Dijksma opnieuw enkele tjaskers gebouwd. In 1963 bouwde hij in opdracht van Staatsbosbeheer er een in het natuurreservaat De Weerribben voor de bevloeiing van rietland.

De nieuwe inzichten met betrekking tot natuur- en milieubehoud luidde de bescheiden renaissance van de tjasker in; sinds 1963 is het toen overgebleven bestand van drie molens uitgebreid naar vijftien.

In Nederland zijn nog 25 tjaskers te vinden, waarvan elf in Friesland.

GPSwalking.nlFauna N52 48.337 E5 56.538
In het gebied komen de purperreiger, zwarte stern, roerdomp en moerasvogels als de karekiet, snor, rietzanger en wielewaal voor. Zoogdieren als ree, vos en Europese otter vinden hier ook hun levensruimte. Daarnaast komt in het gebied de grote vuurvlinder voor, in een speciale ondersoort batava en tal van andere vlinders.

Voor libellen is het waterrijke gebied een goed biotoop: De donkere waterjuffer komt alleen maar hier voor, de noordse winterjuffer en sierlijke witsnuitlibel hebben hier hun belangrijkste populaties terwijl in 2013 populaties van de kempense heidelibel zijn aangetroffen.

Daarnaast komen hier belangrijke populaties van de groene glazenmaker, de gevlekte witsnuitlibel en de gevlekte glanslibel voor. In totaal zijn driekwart van de Nederlandse libellensoorten (50 van de 68) hier waargenomen.

GPSwalking.nlOntstaan Weerribben N52 48.256 E5 56.586
In het laagveen uit de Kop van Overijssel werd sinds 1300 turf gewonnen. Rond die tijd vestigden zich Flagellanten in Giethoorn. Ze ontgonnen het veen en ontdekten dat gedroogde veenbagger goede brandstof vormt.

Pas vanaf 1600 vond de winning grootschaliger plaats; de turf werd verkocht naar de steden van Holland. De turf werd per schip naar Kuinre, Blokzijl of Zwartsluis vervoerd, en vandaar over de Zuiderzee naar de steden in het westen van Nederland.

De turfwinning kwam het eerste op gang in het gebied ten zuiden van het Steenwijkerdiep. De turf werd in N.W. Overijssel gewonnen door middel van slagturven. De turf werd opgebaggerd uit trekgaten ('weren') en te drogen gelegd op 'ribben'.

GPSwalking.nlOmdat men de trekgaten te breed en de ribben te smal maakte kon tijdens de zware noordwesterstormen van 1776 en 1825 het binnendringende water grote gebieden veranderen in meren. Op deze manier zijn bijvoorbeeld de Beulaker- en Belterwijde in het zuiden van de Weerribben ontstaan.

Na deze rampen werd de turfwinning strenger gereglementeerd. Er werden voorwaarden gesteld aan de breedte van de ribben. Daardoor kon ten noorden van het Steenwijkerdiep – waar de turfwinning pas in 1700 begon – het landschap van De Weerribben ontstaan.

Vanaf 1760 kwam er meer turf uit De Weerribben dan uit het gebied rond Giethoorn. In 1795 werkte 15,6% van de bevolking van Noordwest-Overijssel in de turfmakerij; in Kalenberg was dit 80%, in Giethoorn 55%.

GPSwalking.nlRietwinning N52 48.036 E5 56.967
Het lijken wel eindeloze rietvelden. Nu geoogst tot kale vlaktes, maar glooiend als graanvelden wanneer ze eenmaal in de groei zijn. De tweede menselijke activiteit die het karakter van het gebied in belangrijke mate heeft bepaald is de exploitatie van riet.

De teelt van riet op omvangrijke schaal dateert uit de twintigste eeuw. In de jaren 1950-1960 werd de rietteelt getroffen door een ernstige crisis. De ontwatering van het gebied, door de aanleg van de IJsselmeerpolders, vormde een bedreiging.

Dit probleem is uiteindelijk opgelost door het plaatsen van (meer dan driehonderd) watermolentjes, die – in tegenstelling tot wat in Nederland gebruikelijk is – het water niet uit de bekade gebieden pompen, maar juist erin.

GPSwalking.nlWindmotor N52 47.959 E5 56.934
De Amerikaanse windmotor of roosmolen is een type windmolen met veel bladen (wieken) en kan als opvolger van de klassieke typen Nederlandse wind- en watermolens worden gezien.

Dit type molen is in Nederland in de eerste helft van de 20e eeuw vaak toegepast voor de bemaling van kleinere polders.

Typen windmotoren
De grotere windmotor heeft twintig tot dertig bladen, een betonnen onderbouw, een platform en is meestal van het merk Herkules. De middelgrote windmotor heeft tien tot twintig bladen. Ze zijn meestal uitgevoerd met een platform en zijn veelal van het merk Record. Het kleinere type heeft vier bladen.

GPSwalking.nlVeel van deze kleine en middelgrote windmolens werden geproduceerd door de windmotorenfabriek Gebr. Bakker te IJlst.

Veel windmotoren hebben een of twee windvanen. De windmotor hoeft dus niet door een molenaar in de wind gedraaid te worden. Bij exemplaren met twee windvanen is een van de vanen kleiner dan de andere. Deze vaan zit vast aan het turbinelichaam en staat altijd evenwijdig aan het windrad. Deze vaan drukt het windrad daardoor altijd uit de wind (dat wil zeggen dat de wind langs het windrad waait).

De grotere (of enige) vaan is met behulp van een handlier verstelbaar tussen twee uiterste standen: evenwijdig aan het windrad (parallel aan de kleine vaan) of haaks daarop. Staat de grote vaan parallel aan de kleine, dan drukken beide vanen het windrad uit de wind. Staat hij echter haaks op de kleine vaan, dan draait de grote vaan het windrad in de wind.

GPSwalking.nlBij tussenstanden staat het windrad meer of minder in de wind. Bij sterke wind wordt de grote vaan richting de kleine gedrukt, waardoor de molen meer uit de wind gedraaid wordt. Daardoor is de molen in principe ook zonder toezicht stormbestendig.

Rietteelt N52 47.878 E5 57.060
Nog ca. 1000 ha van het gebied wordt benut voor de teelt van dekriet. Het Kalenberger dekriet genoot van oudsher een zekere faam.

Rietlanden worden vaak nog door kleine particuliere ondernemers uit de dorpen Kalenberg en Ossenzijl uitgebaat voor de productie van dekriet. Het beheer van rietlanden in de Weerribben kent een aantal eigenaardige problemen.

Rietlanden ontstaan hier gewoonlijk uit een zich over een heel trekgat of 'weer' uitbreidende rietkraag of Kragge, die drijft op het water.

GPSwalking.nlWanneer er geen beheer plaatsvindt, verruigt een rietland en maakt plaats voor moerasbos van berken, lijsterbes en elzen. Wanneer het Rietland vele jaren telkens wordt gemaaid, wordt de kragge alsmaar dikker en raakt de begroeiing daarmee afgesneden van het water, met verzuring als gevolg. Een perceel kan dus op twee manieren verloren gaan voor de rietteelt.

Riettelers plegen de verzuring tegen te gaan met kleine watermolentjes. Daarmee brengt men water boven op de rietkragge, die daardoor minder snel verzuurt en langer productief blijft.

Op den duur echter is het verlandingsproces niet te stuiten en ontstaan ofwel veenheiden, ofwel moerasbossen.

Staatsbosbeheer is ertoe overgegaan om bepaalde gedeelten, die zich na geheel te zijn verruigd tot moerasbos hadden ontwikkeld, open te laten graven om de successie opnieuw te laten beginnen.

GPSwalking.nlBewoning Veengebieden Prehistorie N52 47.749 E5 57.233
Doorgaans behoren de veengebieden in Nederland tot de jongste bewoonde delen van Europa; pas onder druk van omstandigheden drong men de waterrijke, relatief weinig vruchtbare gebieden binnen.

Van de stuwwallen die de Weerribben flankeren in het oosten is echter bekend dat ze al in de prehistorie bewoond waren.

Aan de archeologie in het gebied is af te lezen dat zich in de directe omgeving van de Weerribben vermoedelijk al in het laat-mesolithicum of vroeg-neolithicum menselijke aanwezigheid is geweest. Hoewel de vorming van oudere kleiformaties (met name Unioklei) duidt op een vrij nat, onbewoonbaar landschap, suggereren de vondsten van mesolithische bewoningsresten (vuurstenen werktuigen en aardewerkvormen) echter dat zich wel degelijk al menselijke aanwezigheid in en om het gebied kan hebben bevonden.

GPSwalking.nlVermoedelijk hebben de rivierduinen en oeverwallen in het gebied mogelijkheden voor verblijf of zelfs bewoning geboden. Zie https://www.rug.nl.

Ontginners N52 47.722 E5 57.333
De eerste ontginners in het gebied dat tegenwoordig de Weerribben genoemd wordt werden in sterke mate beïnvloed door het natuurlijke landschap dat ze eraantroffen.

Het bruikbaar en bewoonbaar maken van een uitgestrekt veengebied als de Weerribben is een taakstellende aangelegenheid, die de ontginner dwong in een keurslijf van eindeloos sloten graven en verhuizen bij daling van het maaiveld.

GPSwalking.nlVervenershuisjes N52 47.604 E5 57.624
De veenwerkers woonden in de vervenershuisjes die bijv. langs de Hoogeweg in Kalenberg nog te vinden zijn. In de twintigste eeuw werd de turfwinning geleidelijk beëindigd. Rond 1950 werden nog maar enkele duizenden vierkante meters afgegraven, en in 1955 stopte de beroepsmatige turfwinning geheel.

Bewoning Weerribben 800-1500 N52 47.465 E5 58.064
Uit archieven ontstaat een beeld van een landschap dat tot rond de Karolingische tijd bebost was: dichte oerbossen op de hoge zandgronden en even ondoordringbare broekbossen in de lager gelegen gebieden.

In de vroege middeleeuwen, tussen 500 en 1000, kunnen we er van uitgaan dat Paaslo en Baarlo (plaatsen in de omgeving) al gebruikt of bewoond werden en dat de eerste bewoners daar, of in de directe omgeving, een bosachtig gebied aantroffen.

GPSwalking.nlAls men het heeft over de zichtbare sporen van de cultuurhistorie in de Weerribben, wordt vaak gedacht de verveningsperiode. De agrarische veenontginning die hieraan voorafging heeft echter zo mogelijk nog grotere gevolgen gehad voor het Weerribber landschap.

Toen de mens zich er vestigde werden de gronden eerst ontwaterd om deze beter bewerkbaar te maken. Door grondwaterdaling traden klink, krimp en oxidatie in en daalde algauw het maaiveld tot grondwaterniveau.

De continuing story van dieper ontwateren, verdere maaivelddaling en uiteindelijk opschuiving naar onontgonnen venen heeft de karakteristieke smalle strokenverkaveling over het landschap uitgerold die we nu nog kennen.

GPSwalking.nlBewoonbaarheid N52 47.409 E5 58.217
Vóór de droge tiende eeuw, waarin geen overstromingen bekend zijn, moeten slechts beperkte delen van het kwelderachtige kustgebied bewoonbaar zijn geweest, evenals het hoogveen erachter dat weliswaar iets hoger lag maar zompig, zuur en onvruchtbaar was.

Met het oog op de één of meerdere overstromingen in de negende eeuw waren kwelderwallen tussen de kreken en pleistocene zandkopjes langs rivieren vermoedelijk de enige geschikte plekken om zich voor langere tijd te vestigen.

Mogelijk is in deze eeuw het gebied voornamelijk geschikt geweest voor visserij, getuige enkele archeologische vondsten in het gebied, en voor kleinschalige akkerbouw.

Hout moet gezien de omringende broekbossen en het nabije “woud van Fulnaho” in ruime mate voor handen geweest zijn. In economisch opzicht was de Weerribben wellicht niet de afgelegen uithoek die het tegenwoordig is. Het lag langs een belangrijke vaarweg over het Almere.

GPSwalking.nlWe willen graag een omweg maken over het Laarzenpad N52 46.943 E5 57.781 , maar helaas is dat in het broedseizoen afgesloten.

Ook de togang tot de Eendenkooi is alleen mogelijk in het weekend en onder leiding van een natuurgids.

Nog even verder en dan komen we in het dorpje Kalenberg. Helemaal gericht op de waterrecreatie en het toerisme. Vandaag houden we de Pauze in ‘t Lokaal N52 46.573 E5 57.361 , een terrasje aan het water met – heel verrassend – een uitspanning in de voormalige kerk. Het heeft iets heerlijks in zich.

Met dank aan de vriendelijke bediening, tijd voor een praatje en vooral tijd voor een heerlijke lunch.

GPSwalking.nlEendenkooi N52 46.847 E5 57.594
Ook 'visserij' vormde een belangrijke bedrijfstak in het waterrijke gebied, evenals het 'kooibedrijf'. In 1944 waren er in Noordwest-Overijssel nog 14 eendenkooien in werking.

Een eendenkooi is van oorsprong een plek waar in het wild levende eenden werden gevangen voor consumptie. Een eendenkooi bestaat uit een flinke vijver waar enkele smalle sloten op uitkomen, de zogenaamde vangpijpen. Eenden die uit een kouder wordend gebied getrokken zijn om in een warmer gebied te overwinteren, zoeken vaak een plek waar ze kunnen uitrusten van de reis. Om deze overvliegende eenden te lokken houdt de beheerder op de kooiplas een aantal gekortwiekte 'staleenden' die hij dagelijks voert, ze zijn gewend aan de kooiker met zijn kooikerhond.

De vanginrichting voor waterwild dateert zeker uit de middeleeuwen. Waarschijnlijk is hij ontstaan uit een systeem met fuiken die net boven water stonden opgesteld. Als het jachtseizoen geopend is laat de kooiker zijn hond, het kooikerhondje, langs de pijp lopen om de op de plas rustende vreemde eenden te lokken.

GPSwalking.nlDe pijp is aan weerszijden voorzien van rietschermen zodat de eenden de kooiker niet kunnen zien. Het hondje laat hij voor en achter langs de schermen lopen. De eenden, nieuwsgierig geworden door het gedrag van het kooikerhondje met zijn opvallende grote witte staart, die steeds weer verdwijnt en een eindje verder weer tevoorschijn komt, zwemmen achter het hondje aan desteeds nauwer wordende pijp in.

Dan komt de kooiker achter de schermen vandaan en jaagt de eenden op. De eenden vliegen dan verder de pijp in het licht tegemoet. Het kooibos rond de kooiplas wordt namelijk aan het eind van elke pijp opengehouden. De eenden vliegen uiteindelijk tegen de zogenaamde spiegel, een schuin gespannen net aan het einde van de pijp. Ze vallen dan naar beneden en kruipen naar de enige schijnbare uitweg aan het einde van de pijp, het vanghokje. De kooiker laat het vanghokje dichtvallen zodat de eenden gevangenzitten en niet meer terug kunnen.

GPSwalking.nlKalenberg N52 46.631 E5 57.414
Kalenberg is een klein toeristisch dorp gelegen midden in Nationaal Park Weerribben-Wieden in Overijssel. Kalenberg telde in 2012 zo'n 250 inwoners en behoort tot de gemeente Steenwijkerland. Door het dorp loopt de Kalenbergergracht. De woningen gelegen aan de Hoogeweg worden ook tot Kalenberg gerekend.

Het dorpje werd gesticht in 1313 als Calumburg. Er wordt gezegd dat de naam van het dorp is bedacht door vluchtelingen en horigen uit een gelijknamige buurtschap bij Hoogeveen die in dit ontoegankelijke gebied hun vrijheid zochten. Later veranderde de naam in Kaleberghe (1323), Callenburgh (1702), Calenburg (1717) en Calemberg (1815) waaruit de naam Kalenberg kwam. Na de turfgraverij gingen de Kalenbergers zich richten op de visserij, veehouderij en de rietteelt. Kalenberger riet is nog steeds een gewild bouwmateriaal voor het dekken van daken en windmolens. Het merendeel van de woningen in dit dorp wordt bewoond door 'mensen van buiten'.

GPSwalking.nlWaterrecreatie N52 46.588 E5 57.378
Op diverse plaatsen langs deze wandeling zien we dat er kano’s te huur zijn. Gaande de wandeling realiseren we ons, dat de Weerribben vooral over water toegankelijk zijn. Er liggen gemarkeerde routes op het water voor kanovaarders, maar ook voor elektrische fluisterbootjes. Op Google Earth zien we dat overal op de slootjs, kanaaltjes en grote vaarten scheepjes varen. Een gezellige drukte. Waarschijnlijk is dit een vorm van GPSroutes uitzetten, die we nog niet kennen…..

Langs de Kalenbergergracht volgen we het pad, nu nog zonder fietsers, terug naar Ossenzijl. De prachtige kleine huisjes zijn vooral bewoond als vakantiehuis met allemaal een bootje in de eigen haven. Wat een heerlijke plek om te wonen. Maar ook de vraag om niet in de vvortuin aan te meren is een aanwijzing dat toerisme ook hinder kan verorzaken. Maar wie mag hier klagen???

GPSwalking.nlKalenbergergracht N52 46.591 E5 57.257
Lengte ruim 5 km van Heuvengracht/Heer van Diezenvaart naar Kanaal Steenwijk-Ossenzijl en loopt door De Weerribben

De Kalenbergergracht is een schakel in de vaarverbinding vanaf Blokzijl en het Giethoornsche Meer en de Friese waterwegen. Vanaf het punt waar de Heuvengracht en de Heer van Diezenvaart samenkomen loopt de Kalenbergergracht in noordwestelijke richting langs Kalenberg en dwars door het natuurgebied De Weerribben naar Ossenzijl.

In Ossenzijl komt de Kalenbergergracht samen met het kanaal Steenwijk-Ossenzijl. De Ossenzijlersloot verbindt deze vaarwegen met de Linde, die verbonden is met de Friese wateren.

GPSwalking.nlFlora N52 46.969 E5 56.667
De Weerribben vormen een laagveengebied en kennen als zodanig in grote lijnen drie begroeiingstypen: open water en verlandingsvegetaties, rietlanden en moerasbossen. In het open water drijven vaak massa's blaasjeskruid, een vleesetend plantje.

De verlandingsvegetaties omvatten zowel "kraggen" van riet en lisdodde, die zich vormen vanaf de randen van het water, als drijftillen die zich ook midden in het water kunnen vormen uit drijvende soorten als krabbenscheer, waterlelie gele plomp en waterscheerling.

Rietland wordt vaak opgefleurd door kleurige ruigtkruiden zoals wilgenroosje, winde, glidkruid en moerasandoorn. Verzurend rietland gaat eerst 'hol staan' om later plaats te maken voor grassen en uiteindelijk over te gaan in hoogveenachtige begroeiingen met soorten als dopheide, veenmossen, veenpluis, zonnedauw, en moeraskartelblad.

GPSwalking.nlDe bossen bestaan hoofdzakelijk uit elzen en lijsterbes langs de waterkanten en op verruigde plekken, in verzuurde gebieden ziet men ook berken. In oude kooibossen zoals rond de Kooi van Pen overheerst soms de Es.

Ontstaan turf N52 47.405 E5 56.335
De Weerribben is een gebied dat aan de kust met de Zuiderzee te maken had met overstromingen van de zee en regelmatige afzetting van klei. Door het gewicht waren de klei-op-veen gronden wat lager gelegen dan het achterliggende hoogveengebied.

Hier vond men heide op de lichtglooiende veenkoepel ten westen van De Olde Beke en op de veenhelling ten oosten.

De broekbossen langs brede veenstromen waren van oudsher de leveranciers van bouwmateriaal en brandstof. Omdat veen uit broekbossen zeer slechte kwaliteit turf oplevert, werden deze pas in te Tweede Wereldoorlog gebruikt om turf van te maken.

GPSwalking.nlHistorische aanwijzingen: de turfwinning N52 47.662 E5 55.989
In de Weerribben spreekt men van turfmaken, een accuratere omschrijving van het werk dan de termen “vervenen” en “turfbaggeren” die regelmatig gebruikt worden. Het doel van de werkzaamheden is namelijk het verwerken van de grondstof veen, tot hanteerbare gedroogde turven brandstof.

De term “turfbaggeren” wekt echter de indruk dat men kant-en-klare turfjes op kan diepen uit het veen, en “vervenen” suggereert dat men als eindproduct een vochtige plak dood plantenmateriaal voor ogen had.

Turfsteken. Veenmosveen wordt tegenwoordig vooral gebruikt als turfstrooisel in de tuinbouw en als grondstof voor de fabricage van Norit. Eeuwenlang is het echter geëxploiteerd als brandstof en werden er zo’n 30 centimeter lange turven van gestoken.

GPSwalking.nlExploitatie van mosveen was typisch werk dat gedaan werd door eenmansbedrijfjes. In het turfwinningsgebied in het Land van Vollenhove van vóór 1850 werd in hoofdzaak turf gestoken van het veenmosveen. Er werd dus slechts een laag van 1 à 1,5 meter veen afgegraven.

Huidige economie N52 48.148 E5 55.561
Beleid, werkzaamheden en toerisme in het gebied worden dan ook bepaald door het petgaten- en legakkerlandschap zoals dat door generaties turfwinners is achtergelaten.

De ontstane open watervlaktes, gescheiden door smalle strookjes land, bieden namelijk uitstekende omstandigheden voor de rietteelt, aantrekkelijke vaarroutes voor dagjesmensen en een goede habitat voor otters, vlinders, libellen en vele planten- en vogelsoorten.

GPSwalking.nlNatuurbeheer in het gebied is geënt op het in stand houden van dit kadaverlandschap en ook informatiefolders en de rondleidingen door boswachters richten zich op deze specifieke laag in de geschiedenis.

Daarmee zijn we aan het einde van deze wandeling gekomen. Zoals gezegd met heel veel verharde weg en heel veel gericht op de turfwinning en het riet.

Nu wonen er in de mooie huisjes mensen die de rust opzoeken op een van de mooite plekjes van ons land.

In de zomer willen daar dan ook te veel bezoekers van genieten. En wij doen daaraan mee.

Startpunt

  • Start/finish/parkeerplaats: Venebosweg 14 Ossenzijl N52 48.435 E5 55.575

Geraadpleegde websites:

POI’s

  • Ossenzijl N52 48.509 E5 55.167
  • Nationaal Park Weerribben-Wieden N52 48.437 E5 55.638
  • Kanaal Steenwijk-Ossenzijl N52 48.508 E5 55.838
  • Landschap De Weerribben N52 48.486 E5 56.070
  • Tjasker N52 48.516 E5 56.234
  • Fauna N52 48.337 E5 56.538
  • Ontstaan Weerribben N52 48.256 E5 56.586
  • Rietwinning N52 48.036 E5 56.967
  • Windmotor N52 47.959 E5 56.934
  • Rietteelt N52 47.878 E5 57.060
  • Bewoning Veengebieden Prehistorie N52 47.749 E5 57.233
  • Ontginners N52 47.722 E5 57.333
  • Vervenershuisjes N52 47.604 E5 57.624
  • Bewoonbaarheid N52 47.409 E5 58.217
  • Eendenkooi N52 46.847 E5 57.594
  • Kalenberg N52 46.631 E5 57.414
  • Waterrecreatie N52 46.588 E5 57.378
  • Kalenbergergracht N52 46.591 E5 57.257
  • Flora N52 46.969 E5 56.667
  • Ontstaan turf N52 47.405 E5 56.335
  • Historische aanwijzingen: de turfwinning N52 47.662 E5 55.989
  • Huidige economie N52 48.148 E5 55.561